Kolonisatie

De Portugezen
Aan het einde van de 16de eeuw waren de Portugezen pioniers in het verkennen van de Afrikaanse kust. Het was een lang gekoesterde wens om een zeeroute om het continent Afrika heen naar Indië te vinden, om zo te kunnen profiteren van de specerijhandel. De constante tegenwind van de zuidoostpassaat maakte de route langs de zuidwestkust van Afrika erg moeilijk. In 1488 lukte het Bartholomeus Dias om voor het eerst rond het zuidelijkste puntje van Afrika te varen. Dias koos bij Walvisbaai een zuidwestelijke koers, weg van de kust. Dertien dagen lang werden zijn schepen door een storm in zuidelijke richting gejaagd waarna hij, toen de storm weer ging liggen, terug in noordwaartse richting voer. Uiteindelijk bereikten zijn schepen de Mosselbaai waar hij als eerste Europeaan voet aan wal op Zuid-Afrikaanse bodem zette. Dias noemde de Kaap Tormentose (van de stormen), wegens de gevaren en de stormen die hij en zijn bemanning bij het omzeilen ervan moesten doorstaan.
Bij een confrontatie met de plaatselijke bewoners doodde hij met een kruisboog een Khoikhoi. Dit zou de eerste van een eindeloze reeks opstootjes tussen de zeevaarders en de oorspronkelijke landbewoners worden. Dias en zijn mannen voeren nog een stukje verder in de richting van Mozambique, maar de uitgeputte bemanning verklaarde terug te willen, waardoor Dias India uiteindelijk nooit bereikte.

Een tweede, meer succesvolle, poging werd 10 jaar later ondernomen door Vasco da Gama die vanaf Sierra Leone in zuidwestelijke koers naar open zee voer en zo in 93 dagen de Kaap bereikte. Het contact met de inheemse bevolking verliep wederom vrij stroef en tijdens een conflict raakte Da Gama gewond. Nadat Da Gama uiteindelijk Indië had weten te bereiken volgden er mondjesmaat steeds meer ontdekkingsreizen via deze route naar Indië.
Zuid-Afrika werd door confrontaties met de Khoikhoi in eerste instantie gemeden. In december 1509 werd de Portugese ontdekkingsreiziger Francisco de Almeida op het strand bij Kaap de Goede Hoop gedood nadat zijn mannen in het dorp van de Khoikhoi vee hadden gestolen.
De Portugezen concentreerden zich daarom ook niet langer op de westkust van het huidige Zuid-Afrika maar vestigden een verversingspost aan de oostkust wat nu Mozambique is. De wereldhandel die zich met name richtte op Indië was niet altijd winstgevend. Vele schepen gingen verloren en daarbij ook veel mensenlevens. Toch lieten Europese machten zich hier niet door afschrikken. Spanjaarden en Engelsen werden de eerste grote concurrenten van de Portugezen, maar vanaf het einde van de zestiende eeuw zouden de Nederlanders zich nog sterker als heerser op de zeeën laten gelden.

Nederland aan de Kaap
Doordat Portugal de kaarten voor de route rond Afrika strikt geheim hield was het voor andere landen lange tijd onmogelijk om dezelfde route naar Indië te nemen. Pas toen de Nederlandse Jan Huygen, die lange tijd op een Portugees schip had meegevaren, zijn reisgeschriften publiceerde, beschikte Nederland over voldoende informatie om ook rond Afrika te varen. Al snel bleek dat hiermee gigantische winsten behaald konden worden en er verschenen in korte tijd een hoop nieuwe handelsmaatschappijen. Amsterdam was aan het eind van de zestiende eeuw een van de belangrijkste handelscentra van Europa. Uit enkele kleinere handelsmaatschappijen werd de ‘Generale Verenighde Nederlandsche g’octroieerde Oostindische Compagnie’ (VOC) gevormd die de verdere koloniale toekomst van Nederland zou bepalen.

Schipbreukeling
In maart 1647 vergaat de Haerlem, een schip van de VOC, in de buurt van de Tafelbaai. De meeste goederen en bemanningsleden worden gered en blijven achter aan de Kaap waar zij een voorlopig fort bouwen en kamperen in tenten. Een jaar lang verblijft de Nederlandse bemanning aan de Kaap waarmee ze de kans krijgen om de omgeving te leren kennen en ervaring op te doen met de inheemse bevolking. Dit ongeplande verblijf zal de VOC er uiteindelijk van overtuigen om een verversingspost aan de Kaap op te richten.

Jan van Riebeeck krijgt van de VOC de opdracht deze verversingspost op te zetten. In een kleine vloot van vijf schepen vaart hij met zijn vrouw, kind en bemanning richting het zuiden. Op 6 april 1652 komt de vloot veilig de Tafelbaai binnengevaren. Ze hebben het gehaald. Van Riebeeck zou 10 jaar op de Kaap blijven wonen en werken waarna vele commandeurs hem opvolgen.

Al op de eerste dag na aankomst krijgt Jan van Riebeeck bezoek van Autshumao, een Khoikhoi-man die aan boord van een Engels schip een reis naar Bantam had gemaakt en wat Engels had geleerd. Als tolk en bemiddelaar zou Autshumao, beter bekend als Harry de Strandloper, zich samen met andere tolken gedurende vele jaren onmisbaar maken voor de Nederlandse pioniers.

Macht is recht
Het was hard werken voor de eerste Nederlanders aan de Kaap. Het was niet gemakkelijk om voldoende voedsel bij elkaar te sprokkelen, laat staan om ook de bemanning van de bezoekende schepen geregeld te bevoorraden. Het duurde dan ook niet lang voordat de eerste slaven naar de Kaap kwamen.

Van Riebeeck had de opdracht gekregen geen geweld te gebruiken tegen de Khoikhoi maar de Khoikhoi wilden niet zomaar hun vee ruilen. De Khoikhoi vonden dat de indringers het recht niet hadden om de beste weidevelden voor zichzelf te nemen en er werd regelmatig vee gestolen van de kolonisten waarbij geen geweld geschuwd werd. Jan van Riebeeck maakte de stamhoofden echter duidelijk dat zij het land door middel van oorlog ‘eerlijk’ en met het zwaard hadden gewonnen want ‘macht is recht’.

Krotoa
In de huishouding van Jan van Riebeeck en zijn vrouw Maria de Queillerie werkte de Khoisse Krotoa (ca 1642-1674). Zij werd bekend als de tolk Eva en sprak vloeiend Nederlands en een beetje Portugees. Ze bekeerde zich tot het Christendom en trouwde met Pieter van Meerhof, een VOC-dienaar. Na diens dood raakte zij aan lager wal en werd gestraft op Robbeneiland. Krotoa staat bekend als een van de eerste slachtoffers van een gespleten culturele identiteit. Krotoa was het nichtje van Harry de Strandloper.

Simon van der Stel
In 1662 wordt Jan van Riebeeck afgelost als commandeur van de Kaap. In tien jaar tijd heeft hij hard gewerkt zonder grote vooruitgang te boeken. Een groot aantal nieuwe commandeurs en gouverneurs volgen hem op. In 1679 wordt Simon van der Stel als commandeur van de nederzetting aan de Kaap geïnstalleerd. Van der Stel probeert de vrijburgers zover te krijgen om hun productie te verhogen. Vrijburgers werkten niet meer rechtstreeks voor de VOC maar krijgen onder strenge voorwaarden toestemming om zelfstandig boerenbedrijfjes op te zetten. Van der Stel ontdekt een vruchtbare vallei waar hij de vrijburgers het dorp Stellenbosch (Van der Stels bos) laat oprichten. Meer expedities en uitbreidingen volgen.
In 1679 waren er 87 vrijburgers aan de Kaap met 55 vrouwen en 117 ‘Nederlandse en gemengde’ kinderen. Deze mensen hadden allemaal weinig opleiding gehad en dat maakte de ontwikkeling van de Kaap niet makkelijker. Omdat er een groot gebrek aan Europese vrouwen was had de VOC geen principieel bezwaar tegen gemengde huwelijken. Daaruit werden de eerste ‘kleurlingen’ geboren. Kinderen van blanke vaders en Khoikhoi- of slavenmoeders. Het duurde tot het einde van de 18de eeuw voordat men ging nadenken over raszuiverheid.
Van der Stel deed hard zijn best om emigranten uit Europa aan te trekken om zo uitbreiding van de nederzetting te bewerkstelligen. De bekendste groep Europese emigranten zijn de Franse Hugenoten.

Pioniers
Vele burgers werden veeboeren en trokken als pioniers steeds verder het binnenland in. Op zoek naar frisse weidevelden en uitgestrekte jachtgebieden, maar ook om zich te onttrekken aan het drukkende gezag van de VOC. Het geïsoleerde bestaan leidde in sommige gevallen tot een verwildering van de Europese moraal. Het was in deze kringen niet ongebruikelijk dat een boer bij gebrek aan een blanke vrouw één of zelfs meerdere Khoikhoi vrouwen huwde. De meesten bleven steun vinden in de Bijbel, die hen overal vergezelde. De trekboeren lazen buiten de Bijbel echter vrijwel geen boeken waardoor grote veranderingen die in het Europese denken plaats vonden hier volledig werden gemist. Langzaamaan werd de kloof tussen het inzicht van ‘beschaafde’ Europeanen, die in Nederland de verlichting in het denken hadden meegemaakt, en de opvatting van de ruige grensboeren steeds groter. De Boeren vonden het geheel rechtvaardig om de San tot slaven te maken of zelfs volledig uit te roeien terwijl de hoge heren van de VOC in Nederland dit uitdrukkelijk verboden. Omringd door gevaren, geïsoleerd van intellectuele invloeden en ieder zich koning voelend in zijn eigen rijk, hebben de trekboeren zich ontwikkeld tot geharde, conservatieve individualisten.

De grensboeren hadden niet alleen problemen met de San maar waren ook de eerste Europeanen die op de Bantoestammen stuitten. Een aantal Xhosa’s die problemen hadden met een van hun machtige stamhoofden, staken de visrivier over op zoek naar nieuw land om zich te vestigen. Hierbij vestigden zij zich op grond die de boeren zich eerder hadden toegeëigend. Aanvankelijk probeerden de kolonisten nog grond te krijgen door onderhandelingen met de zwarte stamhoofden maar dit bleek niet te werken. Beide partijen zouden in de toekomst regelmatig vee en grond van elkaar stelen waarbij geweld niet ongebruikelijk was. Deze strijd zou later bekend komen te staan als de eerste ‘grensoorlogen’(Niet te verwarren met de grensoorlog met Namibië van na de Eerste Wereldoorlog.).

Drugs en pokken
De Khoikhoibevolking werd door een, uit Europa overgevaren, pokkenepidemie sterk uitgedund. Verleid door tabak en brandewijn, de drugs van die tijd, raakten veel Khoikhoi in de greep van de VOC, waardoor ze geen andere uitkomst zagen dan in dienst te treden bij de VOC. De Khoikhoikralen die vroeger overal in het land te vinden waren werden geleidelijk vervangen door de boerderijen van blanke kolonisten.
Ook de San hadden het moeilijk onder het regime van de trekboeren. In hun onstilbare landhonger hebben de Boeren met behulp van geweren beslag gelegd op grote delen van de jachtgebieden van de San. De kolonisten hebben zelfs een poging gedaan om met behulp van bewapende ‘bastaards’ en Khoikhoi de kleine jagers uit te roeien.
De Britten hebben later een meer verstandige en ook meer menselijke houding ingenomen tegenover de inheemse bewoners van het land.
Het zou overigens nog tot halverwege de achttiende eeuw duren voordat de blanke Boeren tijdens hun trektochten op de bantoestammen stuitte. Hierdoor zijn deze ‘volken’ in veel mindere maten dan de Khoisan vermengd geraakt in de blanke bevolking.

Het einde van de VOC
Aan het einde van de 18de eeuw kwam het gezag van de VOC zowel in Nederland als aan de Kaap in de verdrukking. In Nederland waren de economische mogelijkheden uitgeput na de vierde oorlog van Nederland tegen Engeland (1780-84) en aan de Kaap werden de grensboeren, geïnspireerd door de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog steeds opstandiger.

Op 11 juni 1795 ging een Britse oorlogsvloot voor anker in Simonsbaai, niet ver van Kaapstad. De aanvoerders hadden de opdracht het gezag van de Kaapkolonie over te nemen. Voor de Engelsen, die op dat ogenblik in een oorlog gewikkeld waren tegen Frankrijk, was de Kaap strategisch belangrijk. Van daaruit kon de weg naar Indië worden gecontroleerd. Daarom wilden ze verhinderen dat de Fransen er beslag op legden. De toestand van de Nederlandse kolonisten was hopeloos. Nadat ze versterking hadden gekregen beschikten de Engelsen over vier- à vijfduizend man. De Kaapse verdediging bestond uit niet meer dan de helft daarvan.
Op 15 september 1795 gaf Kaapstad zich over. De verdedigingswerken, waaraan zoveel geld werd besteed, hadden tot niets geleid. De Kaapkolonie was voor de VOC verloren en ook de VOC zelf kreeg ongeveer gelijktijdig een roemloos einde, al was het faillissement van de VOC pas in 1798 officieel. De VOC liet een schuld na van meer dan 100 miljoen gulden.

Bronnen en verder lezen
  • Lees meer over deze eerste jaren op de Kaap op South African History Online.
  • Ross, Robert (1999) A Concise history of South Africa, Cambridge. Ned. vert. Zuid-Afrika: een geschiedenis. Amsterdam z.j. Vert. Hans van Cuijlenborg.
  • Thompson, Leonard (1994) A history of South Africa. New Haven/London.
  • Sleigh, Dan (2002) Eilande. Riet de Jong-Goossens (vert.) (2004) Stemmen uit zee. Amsterdam: Querido's Uitgeverij BV.
Meer over dit onderwerp
Drommedaris, het schip waarmee Jan van Riebeeck naar Zuid-Afrika voer. Bron Zuid-AfrikahuisDrommedaris, het schip waarmee Jan van Riebeeck naar Zuid-Afrika voer. Bron Zuid-Afrikahuis
Jan van Riebeeck landt in Tafelbaai in April 1652. Door: Charles Bell. Bron: Wikipedia.Jan van Riebeeck landt in Tafelbaai in April 1652. Door: Charles Bell. Bron: Wikipedia.
X
Loading