Totstandkoming

Discriminatie volgens de wet
Op 31 mei 1910 is de Unie van Zuid-Afrika een feit. Het zal nog tot 1961 duren voordat de Republiek Zuid-Afrika helemaal onafhankelijk wordt van Engeland maar vanaf dit moment zal het land een grote mate van zelfstandigheid kennen. Aan het hoofd van de kersverse Unie staat Louis Botha als eerste premier van Zuid-Afrika. De ‘democratisch’ gekozen regering zal alle blanke Zuid-Afrikanen vertegenwoordigen maar daarmee de rechten van de rest van de Zuid-Afrikaanse bevolking grotendeels negeren. Het gevolg is permanente ondergeschiktheid van niet-blanken.

Drie jaar nadat de eerste regering van de Unie zitting heeft genomen, presenteert zij voor het eerst de rassendiscriminatie officieel in de vorm van een wet: de Native land Act (Naturellen Landwet). Deze wet maakt het voor zwarte Zuid-Afrikanen onmogelijk om buiten speciale ‘stamreservaten’, land te pachten of te bezitten. Afrikanen maken in deze tijd zo’n 70 procent uit van de bevolking, maar krijgen slechts 8 procent van het totale Zuid-Afrikaanse grondgebied toegewezen. De overige grond gaat naar de blanke bewoners. Zonder grond wordt het de zwarte bevolking onmogelijk gemaakt op eigen kracht geld te verdienen. De Afrikanen worden zo gedwongen om werk te zoeken in de mijnen of bij de blanke boerderijen om voor brood op de plank te zorgen. Miljoenen zwarte Zuid-Afrikanen leven als trekarbeiders gescheiden van hun gezinnen, die in de overbevolkte reservaten zijn achtergebleven. De blanke werkgevers hebben zo de keuze uit een gigantisch aanbod van goedkope arbeid.

NP aan de macht
De formele rassendiscriminatie wordt verder uitgewerkt wanneer de ‘Nasionale Party’ (NP) met dr. Daniel Malan aan de macht komt. Deze Partij hangt het Afrikaner Nationalisme aan en komt voornamelijk op voor de Afrikaners. De groeiende aanhang van de conservatieve blanken resulteert in 1948 in het winnen van de verkiezingen door de NP. Deze partij voert de politiek van ‘rassenscheiding’ in, beter bekend als apartheid. De prioriteit van de regering lag bij het behoud van de macht en het invoeren van apartheid. Het was echter nog lang niet duidelijk wat apartheid precies inhield. Apartheid betekende de erkenning en de scheiding van bepaalde groepen mensen. De criteria voor deze scheiding waren formeel niet racistisch maar legden de nadruk bij etniciteit, waarbij de partij-ideologen de uiteenlopende naties van Zuid-Afrika zagen als door God gegeven eenheden. Deze gedachte heeft zijn wortels in het Afrikaner Nationalisme en bepaalt het zelfbeeld van het Afrikanerdom.

Een groot scala aan discriminerende wetten wordt in de daarop volgende jaren geïntroduceerd om de heerschappij van de blanken veilig te stellen. Deze wetten omvatten alles uit het dagelijks leven van de zwarte bevolking. Een zwarte Zuid-Afrikaan kan nergens meer gaan zonder een pas, mag geen relatie onderhouden met iemand van een ander ras en is op veel openbare plekken niet meer welkom omdat deze gelegenheden ‘slegs vir blankes’ zijn.

Architect van Apartheid
De staat onder leiding van de NP nam de taak op zich om er voor te zorgen dat de verschillende naties in al hun ‘zuiverheid’ bewaard bleven. In de tien jaar na de verkiezingsoverwinning ontwikkelt partij-ideoloog dr. Hendrik Verwoerd apartheid door middel van een groot scala aan nieuwe wetten tot een geraffineerd systeem dat gebaseerd is op de gedachte dat een mens een sociaal wezen is, en dat hij alleen volmaakt kan zijn met zijn eigen ‘volk’.
Verwoerd ziet er op toe dat alle Zuid-Afrikanen worden ingedeeld in een van de nationale categorieën met behulp van de Wet op Bevolkingsregistratie van 1950 en bevriest deze categorieën door middel van de Wet op Gemengde Huwelijken van 1949 en de Wet op de Immoraliteit uit 1950. Deze wetten bepalen dat heteroseksueel contact over de grenzen van huidskleur verboden wordt.

Verwoerd staat tegenwoordig bekend als de grote architect van apartheid. In 1902 werd hij in Amsterdam geboren en twee jaar later verhuisde hij naar Zuid-Afrika. Aan de Universiteit van Stellenbosch werd hij op zesentwintigjarige leeftijd al professor in de psychologie en filosofie. In 1936 liet hij de universiteit achter zich en werd redacteur van Die Transvaler waarmee hij de Transvaalse Nationale Party nieuw leven in blies. In 1950 werd hij benoemd tot minister van inheemse zaken bij de NP van waaruit hij zich bezig hield met de problemen die de apartheid met zich mee bracht. Verwoerd zag het als de taak van de staat om het leven van verschillende groepen mensen in een land te reguleren door ze ‘apart’ te houden. De oude stamreservaten uit 1913 worden omgebouwd tot ‘bantustans’ of ‘thuislanden’: ministaatjes op etnische grondslag die onder blanke voogdij naar de ‘onafhankelijkheid’ geleid moeten worden. Op deze manier zou elk volk de ‘vrijheid’ hebben om zich naar eigen mogelijkheden te ontwikkelen.

‘Arm blankes’
Het was echter niet alleen idealisme wat de NP tot apartheid dreef. Een grote urbanisatiegolf van zwarte Zuid-Afrikanen had tijdens WOII voor veel armoede onder de blanke stedelijke bevolking gezorgd. Door de grote concurrentie van goedkope trekarbeid was het voor deze ‘arm blankes’ onmogelijk om nog aan werk te komen. Verwoerd besloot dat er geen zwarte Zuid-Afrikanen mochten worden toegelaten tot arbeid in de steden totdat al degenen die daar al zaten door de blanke arbeidsmarkt waren opgenomen. Om dat te regelen werd de bewegingsvrijheid van Afrikanen binnen Zuid-Afrika zwaar aan banden gelegd en gecontroleerd. De wet met de ironische titel ‘Wet op de Afschaffing van Passen en Documenten’ van 1952 besliste dat alle niet blanke Afrikanen een pasje moesten dragen – referensieboekie geheten – waarop hun arbeidsverleden en hun rechten vermeld stonden.

Een ander economisch belang kwam juist vanuit de rijke blanke hoek. Eigenaren van mijnen en grote boerderijen waren afhankelijk van de goedkope arbeid en dus niet van plan hun zwarte arbeidskrachten voor altijd gedag te zeggen. Wat zij van de regering verwachtten waren gedisciplineerde en goedkope zwarte arbeiders. De taak om deze tegenstrijdige blanke belangen met elkaar te verzoenen was toebedeeld aan Verwoerd.

Bronnen en verder lezen
  • Couwenberg, S.W.  (red.) (2008) Apartheid, anti-apartheid, post-apartheid : terugblik en evaluatie, Budel: DAMON.
  • Bonner, Philip, Delius, Peter en Posel, Deborah (1993) Apartheid’s Genesis, 1935-1962, Johannesburg, Ravan and Witwatersrand University Press,
  • O’Meara, Dan (1955) Forty Lost Years; The Apartheid State and the Politics of the National Party, 1948-1994. Johannesburg, Ravan.
  • Posel, Deborah (1991) The Making of Apartheid, 1948-1961: Conflict and Compromise, Oxford, Clanderon Press.
  • Murray, Collin (1981) Families Divided: The Impact of Migrant Labour in Lesotho, Cambridge University Press.
  • Het historisch project SAHO (South African History Online) is opgericht in 2000 en probeert een veelomvattende encyclopedie over de Zuid-Afrikaanse geschiedenis en cultuur samen te stellen. De website groeit nog elke dag!
  • Op deze website kun je alle thuislanden en hun vlaggen vinden.
Meer over dit onderwerp
Eerste premier van de Unie Zuid-Afrika Louis Botha. Bron: Zuid-AfrikahuisEerste premier van de Unie Zuid-Afrika Louis Botha. Bron: Zuid-Afrikahuis
X
Loading