Thuislanden

De NP gebruikte de politiek van aparte ontwikkeling als een methode om van Zuid-Afrika een blanke republiek te maken. De officiële doelstelling was echter om alle verschillende zwarte groepen een eigen plek te geven en zo voor elke etnische groep een homogene en autonome natiestaat te creëren. Hierbij negeerde de partij een mogelijke gemeenschappelijke Zuid-Afrikaanse nationaliteit van diegenen die niet blank waren en verdeelde de zwarte Afrikanen juist in meerdere etnische groepen: Xhosa, Zoeloe, Swazi, Tsonga, Ndebele, Venda, Noord-Sotho, Zuid-Sotho, Tswana, Indiër en kleurling. Elk van deze groepen met uitzondering van de laatste twee, had volgens de NP een eigen, historisch thuisland, waarin zij zich konden ontwikkelen volgens hun eigen tradities.


Het wegstoppen van zwarte Zuid-Afrikanen in thuislanden was niets nieuws. In 1913 en 1936 werden er door de toenmalige regering al reservaten opgericht die als doel hadden om de zwarte Zuid-Afrikanen van de blanken te segregeren. Hendrik Verwoerd, de minister van Naturellenzaken van de NP, bouwde hier op voort en maakte van de reservaten zogehete ‘bantustans’: thuislanden waar de zwarte bevolking volgens ras werden ondergebracht. De amaXhosa kregen als enige twee thuislanden: Ciskei en Transkei. De thuislanden waren over het algemeen versnipperd over een groter gebied. Dit had er mee te maken dat een aantal blanke boeren land zou zijn kwijtgeraakt als de thuislanden een aaneengesloten grondgebied zouden krijgen. Transkei was bijvoorbeeld redelijk samenhangend maar KwaZulu bestond uit elf gescheiden delen grondgebied. Bophuthatswana uit zeven.


Alle zwarte Zuid-Afrikanen werd het Zuid-Afrikaanse burgerschap ontzegd. Hiervoor in de plaats werden zij burger van een van de ‘bantustans’ of ‘thuislanden’. De etniciteit van een Afrikaan bepaalde in welke bantustan hij kwam te wonen. Er werden in totaal 10 verschillende thuislanden in het leven geroepen die de verschillende etniciteiten moesten huisvesten.


Verwoerd beargumenteerde dat de bantustans de ‘oorspronkelijke woongebieden’ van de zwarte mensen in Zuid-Afrika waren. In 1950 introduceert de NP de Wet op de groepsgebieden. De regering wijst speciale woongebieden aan waarbij 87% van het Zuid-Afrikaanse landoppervlak tot blank gebied wordt benoemd terwijl slechts 13% gereserveerd wordt voor de thuislanden van de zwarte Afrikanen.



  • KwaZulu thuisland van de Zulu.
    Leider: Chief Mangosuthu Buthelezi, leider van de Inkatha Vrijheid Partij
    Zelfregering: op 1 December 1977
    Onafhankelijkheid: geweigerd
    Nu: KwaZulu-Natal


  • Gazankulu thuisland van de Shangaan en de Tsonga
    Zelfregering: 1973
    Onafhankelijkheid: geweigerd
    Nu: Limpopo


  • Lebowa thuisland van de Noord-Sotho
    Leider: Chief Dr C.N.M. Phatudi.
    Semi-onafhankelijkheid: 1972
    Nu: Limpopo


  • KwaNdebele thuisland van de Ndebele
    gevestigd: 1979
    Nu: Noordelijke Provincie


  • KaNgwane thuisland van de Swazi
    Zelfregering: 1984
    Nu: Mpumalanga


  • Transkei thuisland van de Xhosa
    Leider: Kaiser Matanzima
    Zelfregering: (als eerste Bantustan) 1963
    Onafhankelijkheid: (Als eerste Bantustan) 26 Oktober 1976


  • Qwaqwa thuisland van de Zuid Sotho


  • Ciskei thuisland van de Xhosa
    Onafhankelijkheid: 4 December 1981


  • Venda thuisland van de Venda
    Onafhankelijkheid: 12 September 1979


  • Bophuthatswana thuisland van de Tswana
    Onafhankelijkheid: 6 December 1977

Massaverhuizing
Het gevolg van de Wet op de Groepsgebieden was een gedwongen massaverhuizing van zo’n drie en een half miljoen Afrikanen, kleurlingen en Indiërs (en slechts enkele blanken). Meer dan tien procent van de bevolking had de pech op de verkeerde plek te wonen en werd afgevoerd naar de dichtstbijzijnde thuislanden. De apartheidsregering  verhuisde haar zwarte inwoners op deze manier naar plaatsen waar ze nog nooit waren geweest en daar moesten ze het maar zien te redden met elkaar. Met al hun bezittingen werden ze neergezet in een van de thuislanden waar ze vaak niemand van hun nieuwe buren kenden en geen idee hadden hoe ze een nieuw bestaan moesten opbouwen. Sommige mensen moesten elke dag drie uur per bus naar hun werkplek reizen om geld te verdienen om de hoge huur van hun nieuwe onderkomen te kunnen betalen. Zij konden en mochten echter nergens anders heen dan de thuislanden.


Kleurlingen en Indiërs
De Wet op de Groepsgebieden gold ook voor kleurlingen en Indiërs. Zij hadden echter geen historische ‘thuislanden’ in Zuid-Afrika zoals de zwarte Afrikanen. De thuislanden van deze groepen werden daarom door de NP beschouwd als beginnende naties. Kleurlingen en Indiërs waren net als alle niet blanke Zuid-Afrikanen gedwongen de raciaal gemengde districten te verlaten waarin zij hadden geleefd. Vooral in Kaapstad. De geleidelijke verwijdering van kleurlingen uit de buitenwijken veroorzaakte veel leed onder families. Slechts weinig plekken bleven nog voor langere tijd gemengd. Bijvoorbeeld het gebied dat bekendstond als District Zes, een oude ruige arbeiderswijk dicht bij het centrum van Kaapstad, en ook Sophiatown in Johannesburg. In de loop van de jaren zestig werd District Zes echter toch nog tot blank gebied verklaard, werden de bewoners ervan uit hun huizen gezet en de gebouwen, op de kerken en moskeeën na, met de grond gelijk gemaakt.


Onafhankelijke natiestaten
De bantustans waren Zuid-Afrika’s antwoord op de dekolonisatiegolf die rond de jaren zestig door heel Afrika trok. De blanke regering zag in de bantustans een kans voor de zwarte bevolking om zich volgens de eigen tradities en instituties te ontwikkelen naar zelfbestuur, uiteraard onder de hoede van de Zuid-Afrikaanse regering. Ze beargumenteerde daarom dat apartheid alleen kon werken als de thuislanden naar de ‘onafhankelijkheid’ werden geleid. Mettertijd werden er ook daadwerkelijk vier thuislanden onafhankelijk, namelijk de zogeheten ‘TBVC-staten’: Transkei onder Kaizer Matanzima, Bophuthatswana onder Lucas Mangope, Venda in het uiterste Noorden en Ciskei onder Lennox Sebe. Geen van de onafhankelijke bantustans werd door enig land buiten Zuid-Afrika erkend, en allemaal bleven ze in hoge mate afhankelijk van Zuid-Afrika. Andere thuislanden zoals KwaZulu, Lebowa en QuaQua kregen slechts gedeeltelijke autonomie van Zuid-Afrika. Alle voormalige thuislanden werden met de komst van democratie op 27 April 1994 weer officieel opgenomen in Zuid-Afrika.


Ondanks het gebrek aan enige buitenlandse erkenning was het volgens de apartheidsplanologen de bedoeling dat alle thuislanden volledig onafhankelijke staten werden. De apartheidsregering stelde bestuurders aan die vaak van gegoede afkomst waren en die de regering nogal wat centen en grijze haren zouden kostten. De leiders kregen salaris van de Zuid-Afrikaanse regering waardoor de regering een grote mate van macht over de leiders behield. Over het algemeen waren de bestuursorganen van de thuislanden echter gewelddadig en corrupt waarmee de thuislanden van af het begin gedoemd waren om te mislukken. Er was geen spoor van democratie te ontdekken en de inwoners van de bantustans werden gedwongen om de wil van hun corrupte opperhoofden te gehoorzamen.


Het was voor de leiders van de Bantustans moeilijk om een eigen economie op te bouwen dus de meeste inkomsten moesten van de gastarbeiders in Zuid-Afrika komen. Voor zover de arbeid van de bantustanbewoners nodig was, zouden ze als gastarbeider werken in Zuid-Afrika, op tijdelijke basis. Hun gezinnen moesten dan achter blijven in de thuislanden. De staatjes binnen de republiek dienden op deze manier voor Zuid-Afrika als arbeidsreservoirs waar de werklozen gedumpt konden worden als ze overbodig waren. Op deze manier behield de Zuid-Afrikaanse regering ondanks de schijnbare onafhankelijkheid de macht over de zwarte bevolking en konden de blanke Zuid-Afrikanen blijven rekenen op goedkope arbeid.

Bronnen en verder lezen


  • Op de website Flags of the World kun je alle thuislanden en hun vlaggen vinden.

  • Op de website van het historisch project SAHO (South African History Online) is ook veel informatie te vinden over de thuislanden.

  • Couwenberg, S.W.  (red.) (2008) Apartheid, anti-apartheid, post-apartheid : terugblik en evaluatie, Budel: DAMON.

  • Bonner, Philip, Delius, Peter en Posel, Deborah (1993) Apartheid’s Genesis, 1935-1962, Johannesburg, Ravan and Witwatersrand University Press,

  • Posel, Deborah (1991) The Making of Apartheid, 1948-1961: Conflict and Compromise, Oxford, Clanderon Press.

  • Ross, Robert (1999) A concise history of South Africa, Cambridge. Ned. vert. Zuid-Afrika: een geschiedenis. Amsterdam, vert. Hans van Cuijlenborg.

  • Thompson, Leonard (1994) A history of South Africa. New Haven/London

Meer over dit onderwerp

Kaart van de voormalige thuislanden in Zuid-Afrika. Bron: WikipediaKaart van de voormalige thuislanden in Zuid-Afrika. Bron: Wikipedia
X
Loading