Sharpeville

Het apartheidsregime maakte het geweldloos verzet stelselmatig onmogelijk en begon zelf steeds meer geweld te gebruiken. Het moment waarop de confrontatie tussen vreedzame betogers en het regime voor het eerst echt escaleerde was op 21 maart 1960 in Sharpeville. Dit bloedbad zou een keerpunt in de anti-apartheidsstrijd betekenen.


Dit keer was het niet het ANC maar het Pan-Afrikaans Congres (PAC) dat een demonstratie tegen het verplicht dragen van pasjes organiseerde. Zo’n 5.000 mensen waren voor het politiebureau van Sharpeville bij elkaar gekomen om daar hun pasjes te verbranden. Hoewel de demonstrerende mensen voor niemand een bedreiging vormden, raakt de politie in paniek en opent het vuur op de menigte. 69 mensen werden gedood en meer dan 180 mensen raakten gewond. Onder de slachtoffers waren veel vrouwen en kinderen. Later werd bekend dat de meeste doden in de rug waren geschoten terwijl ze wegrenden voor de kogels.


Het incident bij Sharpeville had als gevolg dat de regering in Pretoria strengere maatregelingen aannam. Openlijk verzet was niet meer mogelijk. Het ANC en het PAC werden tot verboden organisaties verklaard en in de jaren daarna worden tientallen veiligheidswetten aangenomen die het de politie mogelijk maakten ongestraft hun gang te kunnen gaan. De regering deed alles om actievoerders af te schrikken en te intimideren waardoor het geweldloos verzet afnam. Voor 1960 was foltering van politieke verdachten nog een uitzondering, maar werd in de komende jaren een gangbare praktijk. Kort daarop besloot het ANC- bestuur dat de beweging zich niet zou opheffen, maar ondergronds zou gaan werken.
Niet alleen de regering nam een hardere houding aan, maar ook het ANC besluit dat het ongewapend verzet onvoldoende effect heeft gehad en gaat over op gewapend verzet. In 1961 wordt de gewapende tak van het ANC, Umkhonto We Sizwe – ofwel MK, Speer van de Natie – opgericht.


Die kind is nie dood nie
De Zuid-Afrikaanse dichteres Ingrid Jonker schreef over het bloedbad bij Sharpeville het gedicht 'Die kind wat doodgeskiet is deur soldate by Nyanga'. Nelson Mandela droeg dit gedicht in het Engels voor bij zijn rede tijdens de eerste zitting van het eerste democratisch gekozen Zuid-Afrikaanse parlement, in 1994.


Die kind wat dood geskiet is deur soldate by Nyanga


Die kind is nie dood nie
die kind lig sy vuiste teen sy moeder
wat Afrika skreeu    skreeu die geur
van vryheid en heide
in die lokasies van die omsingelde hart


Die kind lig sy vuiste teen sy vader
in die optog van die generasies
wat Afrika skreeu    skreeu die geur
van geregtigheid en bloed
in die strate van sy gewapende trots


Die kind is nie dood nie
nòg by Langa nòg by Nyanga
nòg by Orlando nòg by Sharpville
nòg by die polisiestasie in Philippi
waar hy lê met 'n koeël deur sy kop


Die kind is die skaduwee van die soldate
op wag met gewere sarasene en knuppels
die kind is teenwoordig by alle vergaderings en wetgewings
die kind loer deur die vensters van huise en in die harte
van moeders

die kind wat net wou speel in die son by Nyanga is orals
die kind wat 'n man geword het trek deur die ganse Afrika
die kind wat 'n reus geword het reis deur die hele wêreld


Sonder 'n pas


Ingrid Jonker 1960

Bronnen en verder lezen


  • Op de website van het historische project South-African History Online staat een uitgebreid artikel over het bloedbad bij Sharpeville.

  • Hernehim Cultuurpagina's wijdde een schrijverspagina aan Ingrid Jonker.

Meer over dit onderwerp

Gedicht 'Die kind' van Ingrid Jonker.
X
Loading