Muziek

Locale muziekstijlen zoals Marabi of South-African Jazz hebben de Afrikaanse en Wereldmuziek decennia lang geïnspireerd. Jazz kwam rond 1900 uit Amerika overwaaien en werd al snel vermengd met Afrikaanse geluiden. Vooral in de steden en de omliggende townships werd Marabi erg populair.


In de jaren ’50 kwam de Kwela muziek op. Deze muziek stond eerder al bekend als de ‘Pennywhistle jive’ en werd van oudsher op kleine fluitjes gespeeld door zwarte herders. (http://www.youtube.com/watch?v=DQg5LLT3ANs ). Van het platteland verspreidde de muziek zich naar de steden waar grote groepen fluitspelers ontstonden. De muziekstijl was vooral populair onder jonge muzikanten die weinig geld hadden en goedkope instrumenten kochten. In Nederland hebben we het ook nog wel eens over ‘een fluitje van een cent’, dit is vergelijkbaar met de fluitjes die je voor een ‘penny’ kon kopen in Zuid-Afrika. De fluitjes werden geïmporteerd uit Schotland en het kan dan ook gebeuren dat je een Zuid-Afrikaanse Kwela fluitist in een traditioneel Schotse ‘kilt’ ziet rondlopen. Beroemde Kwela artiesten waren Johannes "Spokes" Mashiyane (http://www.youtube.com/watch?v=Eg9NUZ-G-sk), Elias Lerole en Sparks Nyembe.


Sophiatown
De muziekstijlen zoals hierboven beschreven vonden vooral hun oorsprong in de steden en de daarbij behorende townships. Een van de bekendste van deze townships was Sophiatown, in het noordwesten van Johannesburg.  Sophiatown en Alexandra waren een van de laatste plekken waar zwarte mensen tijdens het regime van Apartheid nog zelf grond mochten bezitten. Sophiatown trok bewoners van alle kleuren van de regenboog aan. Vooral in de jaren tussen 1930 en 1950 werd Sophiatown een symbool van samenlevende rassen. Hetzelfde gebeurde ook in District Six, in Kaapstad (http://www.districtsix.co.za/).


Doordat juist op deze plek zoveel verschillende mensen naast elkaar leefden, was Sophiatown voor muzikanten de plek bij uitstek om nieuwe muziekstijlen te verkennen. In gemengde wijken zoals Sophiatown ontstond het rolmodel van de moderne zwarte stadsbewoner: modieus gekleed, met overgave genietend van dans, muziek en sport, maar altijd op zijn hoede voor straatrovers en de politie. Een element van risico en gevaar maakte het leven spannend. Sophiatown was overbevolkt en verpauperd. Maar het was ook een vrijplaats waar het stadsleven bruiste. In de jaren vijftig ontstond hier ook het tijdschrift Drum, dat gold als de vertolker van de kosmopolitische Afrikaan in de stad. Een generatie getalenteerde zwarte schrijvers, journalisten en fotografen maakten Drum tot een succes. De druk van de Apartheid werd in de jaren’50 echter steeds sterker voelbaar en nadat in 1950 de Group Areas Act werd aangenomen, moest Sophiatown het veld ruimen.


Sophiatown werd in 1953 tot blank gebied verklaard en door bulldozers volledig met de grond gelijk gemaakt. De 58.000 inwoners van Sophiatown werden met groots machtsvertoon uit hun huizen gezet en overgebracht naar Soweto. Het enige wat overbleef was de Anglicaanse kerk van priester Trevor Huddleston. Huddleston zelf vertrok echter naar Engeland van waaruit hij zich inzette voor de anti-apartheidsstrijd. (www.trevorhuddleston.org) Nadat alle huizen waren platgewalst werd de wijk opnieuw opgebouwd voor Afrikaner arbeiders en middenklassen. Met de nieuwe naam van de wijk, Triomf, vierde de regering haar overwinning op het zwarte verzet.


Met het verdwijnen van de gemengde townships als Sophiatown en District Six kwam er een einde aan dit roemruchte tijdperk van experimentele muziek. De African Jazz heeft zich van de rauwe Townships naar de chique jazzclubs is New Town verplaatst. En de muzikanten spelen niet meer op fluitjes van een penny maar op blinkende trompetten. Wie echter weet waar hij zoeken moet, zal overal op straat in Zuid-Afrika de mensen nog horen zingen en muziek maken.


Kwaai muziek
Op dit moment is er een grote hoeveelheid aan verschillende muziekstromingen in Zuid-Afrika te vinden. De meest opgenomen muzieksoorten zijn gospel en kwaito muziek (zie hiervoor www.sahistory.org.za ). Kwaito ontstond in de jaren ’90 en dankt zijn naam aan het woord ‘kwaai’ wat in het Afrikaans ‘boos’ betekent. De muziek combineert verschillende muziekstijlen: Marabi uit de jaren ’20, Kwela uit de jaren ’50,  Bubbelgum disco muziek uit de jaren ’80 en meer stijlen. Grote Zuid-Afrikaanse artiesten zoals Mirjam Makeba en Brenda Fassie hebben Kwaito sterk beïnvloed.
DJ Oscar “Warona” Mdlongwa beschrijft Kwaito als volgt: ‘We remixen internationale housemuziek zodat ze een lokaal gevoel krijgen, voegen vervolgens een beetje piano toe, vertragen het tempo en geven de muziek tot slot nog wat percussie en Afrikaanse melodieën mee.’
De belangrijkste taal waarin Kwaito gezongen wordt is Isicamtho, Zuid-Afrikaanse township slang. Isicamtho is de moderne versie van Tsotsitaal – een Tsotsi is een soort gangster. Tsotsitaal is een mengsel van onder meer Zoeloe, Sesotho, Tswana, Engels en heeft als basis het Afrikaans. De taal werd altijd gezien als de taal van de townships. Er wordt nog door veel mensen op Isicamtho en Tsotsitaal neergekeken omdat zij deze talen zien als slecht en verbasterd Afrikaans. Kwaito is een van de manieren waarop de sprekers tegen deze vorm van onderdrukking ingaan. In 2011 was in Nederland de muziekvoorstelling Afrikaaps te zien. In deze ‘hiphop opera’ leggen de muzikanten in het Kaaps Afrikaans – Afrikaaps – uit waar hun taal vandaan komt en vooral ook waarom hun taal niet minderwaardig is. Kwaito gaat over de townships: er in wonen, er in spreken en vooral er trots op zijn.
 
Boerenmuziek
De Afrikaner Boerenmuziek is voornamelijk geïnspireerd op Hollandse volksmuziek en doet sterk denken aan Amerikaanse countrymuziek, met een strijkorkest en een concertina. De vaak sentimentele, melodramatische liedjes werden ”trane trekkers” genoemd. Deze volksmuziek wordt veel gespeeld tijdens schuurfeesten. De gitaar en de banjo hebben veel bijgedragen aan het countrykarakter van de muziek.


Tegenwoordig slaat de Afrikaanstalige muziek een nieuwe weg in en worden Afrikaanse liedjes populairder. In 2003 is bijvoorbeeld de Afrikaner punk rock band Fokofpolisiekar (in het Engels: Fuck off police car) ontstaan, eerst was het een band die de conservatieve samenleving wilde choqueren met hun grove taalgebruik. Dat gebeurde ook, maar uiteindelijk werden ze zeer populair.
In Nederland is de Afrikaanse rapper Jack Parrow zeer populair. Met zijn cartooneske uiterlijk en kenmerkende pet staat hij regelmatig in Paradiso of de Melkweg. Jack Parrow zingt en rapt in het Afrikaans en is hier vooral bekend dankzij het nummer 'Jy denk jy’s cooler as ekke'. 

X
Loading