Leerplicht

In de Zuid-Afrikaanse grondwet is tegenwoordig vastgelegd, dat elke Zuid-Afrikaan recht heeft op onderwijs, inclusief volwassenenonderwijs en voortgezet onderwijs. Net als in Nederland is er een leerplicht, die geldt voor kinderen tussen zeven en vijftien jaar. Deze leerplicht voor iedereen is nog niet zo lang vanzelfsprekend. Door apartheid was een groot deel van de Zuid-Afrikaanse bevolking lange tijd uitgesloten van onderwijs. Als er al onderwijs werd gegeven aan de niet blanke bevolking was dit meestal van een laag niveau. De algemene leerplicht werd pas in 1991 wettelijk voor iedereen vastgelegd. Dit terwijl de leerplicht voor Aziaten en kleurlingen al ruim tien jaar eerder een feit was en voor blanke scholieren zelfs al vanaf 1953 geldt.


Voor 1953 konden zwarte kinderen alleen onderwijs volgen op missiescholen. Hoewel de regering de salarissen van de onderwijzers betaalde, waren het de zendelingen die het onderwijs gestalte gaven. Een paar scholen waren van het hoogste niveau, zoals de Universiteit van Fort Hare, maar er waren maar weinig studenten die op deze universiteiten terechtkwamen. Over het algemeen was het onderwijs voor zwarte scholieren zeer gebrekkig en aan het begin van de jaren ’50 ging er dan ook niet meer dan 30 procent van de kinderen tussen de zeven tot zestien jaar naar school.


In 1953 voerde Verwoerd het ‘Bantoe-onderwijs’ in. Vanaf dat moment kregen zwarte kinderen les op speciale zwarte scholen. Op deze manier kreeg de blanke regering alle zeggenschap over hoe er onderwijs aan zwarte scholieren gegeven moest worden. De boodschap van apartheid werd in het onderwijs opgenomen en daarnaast kregen de kinderen vaardigheden aangeleerd die nodig waren voor het behouden van de blanke economie. De heersende gedachte was dat onderwijs erop gericht moest zijn om leerlingen op te leiden in overeenstemming met hun toekomstmogelijkheden. Dit kwam erop neer dat zwarte kinderen alleen de meest elementaire vaardigheden werd geleerd. Aan de andere kant nam het aantal scholieren dat überhaupt onderwijs kreeg, flink toe met de komst van het Bantoe-onderwijs. In enkele delen van Zuid-Afrika, vooral de Oost-Kaap, die erg onder invloed stond van de zending, hadden voor de jaren ’50 al veel mensen leren lezen en schrijven. Hier was de kwaliteit van het onderwijs erg hoog maar dit nam aanzienlijk af na de komst van het Bantoe-onderwijs. In het algemeen kregen echter steeds meer mensen de kans om een beetje te leren lezen, schrijven en rekenen. Grote aantallen leerlingen gingen naar de middelbare school en na de stichting van speciale zwarte universiteiten ook naar het hoger onderwijs. Tegen het midden van de jaren ‘80, na veertig jaar apartheid, was het aantal zwarte universitaire studenten zestigmaal zo groot als aan het einde van de jaren ‘40. Dit neemt echter niet weg dat er een grote kloof tussen de kwaliteit van het blanke en van het Bantoe-onderwijs bestond.


Vanaf 1990 wordt er een einde gemaakt aan deze ongelijkheid. Het is de rol van de staat om onderwijs voor iedereen beschikbaar te maken. Het grootste deel van Zuid-Afrika’s overheidsbudget gaat naar onderwijs: 165 biljoen Rand in 2010/11 wat 17 biljoen Rand meer is dan in 2009/10.


Het onderwijs is momenteel sterk in beweging. In de grondwet van 1996 is een nieuw onderwijsplan opgenomen: het ‘Curriculum 2005’. In 1998 is men begonnen met de geleidelijke invoering van dit nieuwe systeem. Deze didactische aanpak verschilt nogal van het oude systeem. Het onderwijs wordt in tegenstelling tot de vroegere situatie, nationaal geregeld in plaats van provinciaal.

Meer over dit onderwerp


 

Dr. Samson Mbizo Guma ontvangt zijn graad.Dr. Samson Mbizo Guma ontvangt zijn graad.
X
Loading